Kerken

Sint-bavokerk Zingem

De Sint-Baafskerk was eigendom van de Gentse Sint-Baafsabdij die er het patronaatsrecht over uitoefende.
Oorspronkelijk stond hier een kleinere Romaanse kerk uit de 10e of 11e eeuw. De westelijke middengevel, in onregelmatige Doornikse hardsteen, de oostelijke toegemetselde Romaanse rondbogen boven de absis van het koor en de kloeke stoel van de vieringtoren zijn er de overblijfselen van. In 911 bevestigde koning Lotharius de Sint-Baafsabdij in het bezit van tien hoeven, met de kerk en andere bijhorigheden.

De gotische zijbeuken zijn even hoog als de middenbeuk en dateren van circa 1500. Het transept is enkel in de daken merkbaar. De kerk had het uitzicht verkregen van een kusthallenkerk maar dan wel, voor het grootste gedeelte, opgetrokken in Balegemse zandsteen.
Na de verwoesting door de Gentse Geuzen in 1578, werd de kerk hersteld van 1593 tot 1645. In 1635 kreeg de toren zijn huidig uitzicht. Het is een hoge, elegante, achthoekige, naaldvormige toren met vier siertorentjes op het massieve, vierkante klokkenhuis.

kerk Zingem (Medium)

Sobere barok

De sacristie en de bergruimte werden in 1761 aangebouwd, met barokvensters. Tot begin 1700 lag de vloer van de kerk veel lager. Hiervan getuigen de pijlers in het portaal die tot aan hun kroonlijst in de grond zitten. Tot het begin van de 20e eeuw lag de begraafplaats rond de kerk. Tijdens de twee wereldoorlogen werden kerk en toren beschadigd, maar daarna gerestaureerd. Bij herstellingswerken in de periode 1971-1973 werd ook de toren vernieuwd.

De bouwtrant binnenin de kerk is sober met bepleisterde tongewelven en kolommen bekroond met lijstkapitelen. Het hoofdaltaar is in wit marmer (1847) en draagt een reliëfbuste van Jezus. Het grote schilderij 'Jezus aan het kruis' daarboven, dateert van 1632 en is van de hand van Gentenaar Antoon Van den Heuvel. Links en rechts staan de grote houtgesculpteerde, witte beelden van de HH. Petrus en Paulus. Rondom het hoogkoor hangen de schilderijen van de vier evangelisten van Romain-Roger Van Maldeghem (1845 - de H. Lucas werd in 1954 herschilderd door Oscar Hoge). De fraai gesculpteerde eiken portiekaltaren van de zijbeuken bestaan elk uit vier getorste kolommen, twee per twee, en een groot schilderij. Ze dateren uit de 18e-eeuwse barokperiode.

Kunstig altaar

Het altaar van de zuiderbeuk is toegewijd aan de HH. Bavo en Catharina van Alexandrië. Het schilderij van de H. Catharina (1925) is van de Gentse schilder Oscar Hoge.
In een nis boven de portiek staat het in hout gesneden beeld van deze heilige. In de nis boven het altaar staat het houten beeld van patroonheilige H. Bavo, mooi gepolychromeerd onder de huidige verflaag.
Het altaar van de noorderbeuk is toegewijd aan O.L.-Vrouw met het schilderij 'De Boodschap aan Maria' van Thomas Blaton (1816). Boven in de portiek bevindt zich een grisaille op doek 'Maria met kind en rozenkrans' (18e eeuw).

In de nis boven het altaar staat een terracotta beeld 'Maria met kind' van Gerard Hollaert (1991). Verder is er nog het prachtige albasten ruiterbeeld 'Sint-Joris met de draak' (1507) en het eeuwenoude gepolychromeerde beeld 'Christus op de koude steen' in Balegemse steen.

Het eeuwenoude koorgestoelte en de eiken lambrisering langsheen de zuid- en noordbinnenwanden werden geplaatst omstreeks 1704 met vier stijlvolle biechtstoelen. De eiken preekstoel, waarschijnlijk geplaatst in 1629, bevat mooie sculpturen met de beeltenissen van de HH. Bavo en Paulus en op de hoeken beeltenissen en symbolen van de evangelisten. Opvallend mooi is de westelijke achterwand van de kerk in kunstig gesculpteerde eik. Het midden omvat een stijlvolle toegang tot het portaal met erboven het orgelmeubel in Lodewijk XV, met musicerende engelen en muziektrofeeën. Het (waarschijnlijk) 17e-eeuwse orgel werd in 1767 als tweedehands aangekocht bij de abdij van Beaupré. Het zou geen oorspronkelijk Van Petegem-orgel zijn, maar een ouder instrument dat door orgelbouwer Van Petegem helemaal werd aangepast voor Zingem.

Tegen de noordelijke buitenmuur bevindt zich de 'Calvarie', een houten beeldengroep uit de 18e eeuw.

HH. Petrus en Urbanuskerk Huise

De vroegste kerk in Huise zou dateren uit de late 9e eeuw. Volgens de overlevering zou de H. Adelhardus, die waarschijnlijk geboren werd in Huise en wiens neoromaans standbeeld te bezichtigen is voor de kerk, als abt van Corbie (+826), de bouw van de kerk mogelijk gemaakt hebben dankzij zijn giften. Hiervan zijn evenwel geen restanten overgebleven. In de late 13e eeuw werd een Romaanse kerk gebouwd, waarvan het transept nog bewaard bleef.

De kerk werd verschillende malen gerestaureerd, het meest ingrijpend in 1889, onder leiding van architect August van Assche, zodat ze er nu pseudo-romaans uitziet. Het is een homogeen gebouw met een ruim driebeukig schip, geprononceerd transept met zware vieringtoren, kort presbyterium en klein vlak afgesloten koor.

kerk Huise (Medium)

Sierlijk glas

In 1903 werd het interieur van de kerk beschilderd door Coppejans. Na zware beschadigingen aan de schilderwerken tijdens Wereldoorlog II, werd het interieur overschilderd in 1980, zodat momenteel alleen nog de apostelen resten. Het gotisch kruisribgewelf van de vieringtoren met de kraagstenen, die mensenhoofden in biddende houding voorstellen, dateert uit de 14e eeuw. Mooie glasramen van de Gentse glazenier Gustave Ladon sieren de kerk. Er zijn grafstenen aanwezig van de 18e eeuw en een orgel van de bekende orgelbouwer P. Scheyven (einde 19e eeuw).

De kerk is sinds 1944 als monument beschermd.

Sint-Jan-Baptistkerk Ouwegem

In haar huidige vorm is dit een laatbarokke kerk. Volgens de recentste gegevens is de vierkante hardstenen onderbouw van de vieringtoren het oudste onderdeel van een oorspronkelijk veel kleiner vroeggotisch kruiskerkje (14e eeuw). Uit een oud boek blijkt dat de heer Gauthier Brusteel van Mullem, die meevocht onder Jan Borluut in de Guldensporenslag (1302), overleed in 1319 en begraven werd in het koor van de kerk van Ouwegem. Dit betekent in ieder geval dat de kerk in 1319 al bestond. De achthoekige bakstenen bovenbouw van de toren is laatgotisch.

kerk Ouwegem (Medium)

Tweebeukig

De muurankers in de zuidergevel (straatkant) geven 1661 aan, het jaar waarin het vroeger kruiskerkje werd verbouwd tot een tweebeukige kerk. Op een bedevaartvaantje van ca. 1700 komt reeds een tweebeukige kerk voor. Het huidige totaalbeeld dateert uit het midden van de 19e eeuw. In die periode werden aan de noordzijde een beuk en een koor aangebouwd, de middenbeuk werd naar het westen verlengd en het hoofdkoor omgebouwd. Tegelijk kreeg het interieur een zeer homogene aankleding en een nieuw meubilair. Zoals de hele 19e-eeuwse verbouwing is ook de interieurherinrichting typisch voor de neoclassicistische tijdsgeest.

Beschermd

Voorstudies voor restauratiewerken aan de zuidergevel (afkappen pleisterwerk) tonen aan dat in de loop der tijden vele transformaties plaatsvonden.
De achthoekige toren werd beschermd in 1936, de bescherming werd uitgebreid tot het geheel in 1986.

In de kerk bevindt zich het houten gepolychromeerd beeld 't Slaafje en de Broederschapslijst van de Confrerie van de H. Drievuldigheid. Dit beeld dateert uit begin 1700 toen de Confrerie, onder leiding van de orde der Trinitariërs, op zee gevangen genomen handelaars moest loskopen. In 1664 werd in Ouwegem een afdeling van deze orde gesticht. Ook het schilderij achter het hoofdaltaar 'Christenslaven van de Turken verlost door de Trinitariërs' (18e eeuw) verwijst naar de vrijkoopactiviteiten van de geestelijkheid. Het hoofdaltaar met als thema 'H. Drievuldigheid' werd in 1685 ingewijd.
De preekstoel, in laat-barokstijl, met rijk gebeeldhouwde leuning en schelpvormig klankbord, dateert van 1746 en werd gemaakt door Pieter Meyns (MIGNON) uit Gent.

Zijaltaren

Het noordelijk zijaltaar is toegewijd aan O.L. Vrouw, met een houten beeld van 'O.L. Vrouw met kind' (18e eeuw) en de schilderijen 'H. Familie' en 'O.L. Vrouw met kind schenkt rozenkrans aan de H. Dominicus' (18e eeuw).

Het zuidelijke zijaltaar is toegewijd aan de H. Johannes de Doper, met een houten beeld van de H. Johannes (1896), het hoofd van de H. Johannes in hout (18e eeuw) en het schilderij 'Doopsel van Jezus in de Jordaan' (19e eeuw).
De marmeren doopvont is uit de 18e eeuw, het orgel is van Charles Anneessens (18e eeuw).