|
Alfred Amelotstraat 60, Zingem
 |
Deze kleine, open staakmolen, op hoge teerlingen, is ongetwijfeld een van de oudste en tevens kleinste molens van Oost-Vlaanderen. Het bouwjaar situeert zich vermoedelijk in de eerste helft van de 14e eeuw. Het jaar 1154, zoals soms vermeld, is nogal twijfelachtig. De houten standaardmolen maakte deel uit van de bezittingen van de Sint-Baafsabdij te Gent en werd reeds in 1388, naar aanleiding van een herstelling, vermeld. In 1566 werden hagepreken gehouden door protestanten op de molendam. De molen is beschermd sinds 1944, het molenaarshuisje, een typische kleine en lage woning, sinds 1982. Teneinde de nog overblijvende windvang te vrijwaren, werden de omliggende percelen als landschap beschermd sinds 1977.
Sinds 18 november 1999 kocht de provincie Oost-Vlaanderen de windmolen aan.
Het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen neemt actief deel aan het zogenaamde 'Landinrichtingsproject Leie en Schelde - Inrichtingsproject Meilegem-Zingem'. 'Meuleken 't Dal' bevindt zich op een uitgelezen plaats om binnen dit plan te fungeren als educatief steunpunt en uitkijkpost over gans de vallei. De inrichting en het beheer van de molen kunnen de educatieve doeleinden van het inrichtingsplan mee helpen ondersteunen door het opnemen van de molen in het wandelcircuit en zijn opvallende landschappelijke bijdrage in het geheel van het project.
'Meuleken 't Dal' heeft een uitermate grote landschappelijke, culturele en maatschappelijke waarde. De aankoop kadert binnen het milieu- en cultuurbeleid (in het bijzonder inzake molenpatrimonium en monumentenzorg) van het provinciebestuur en binnen de dynamische bijdrage tot het uitvoeringsprogramma van het Inrichtingsproject Meilegem-Zingem.
Molenspecialisten vinden de windmolen in relatief goede staat. Hij heeft door stilstand en erosie vooral uitwendig schade opgelopen. Het zogenaamde gaande werk, binnenin de molen, vraagt om enkele aanpassingen. Om de molen maalvaardig te herstellen zouden slechts vrij beperkte ingrepen nodig zijn. De molen maalvaardig maken en openstellen voor het publiek, is een prioriteit. In de eerste plaats zal de molen als uitkijkpost fungeren en als didactisch element om het publiek te laten kennis maken met de hoogstaande ambachtelijke techniek van onze voorouders.
'Meuleken 't Dal' zal worden ingepast in de museale werking van het Provinciaal Molenmuseum. Met de andere provinciale molens zal de molen worden ingeschakeld in didactische en toeristische molenthemagerichte dagarrangementen.
Over de nijverheid van 'Meuleken 't Dal' bleef een oud volksrijmpje bewaard, waarin de omliggende windmolens worden genoemd:
Meuleken Heurne maakt fatsoen
Meuleken Zingem (d.i. molen Ter Speelt) heeft wat te doen
Meuleke Voorde (d.i. wijk van Zingem) spant de koorde
Meuleke 't Dal maalt het al
Rijp of groene, 't heeft al te doene!
| |
| Molenstraat 1, Huise
 |
Het stadsbestuur van Waregem verkocht zijn 13e-eeuwse hoogmolen in 1971 aan de befaamde molendeskundige Paul Bauters (auteur van o.a. 'Van Zadelsteen tot Zetelkruier', 'Kracht van Wind en Water' en 'Adalhard van Huise'). Een globale datering van de molen is moeilijk omdat bepaalde onderdelen voortdurend werden vernieuwd. De overbrenging naar Huise ging gepaard met een complete restauratie. Dit betekende, naast de instandhouding van een monument, ook het herstel van een eeuwenoud molenlandschap. In de 9e eeuw stonden in dezelfde straat twee windmolens op amper 300 m van elkaar en eertijds stond op dezelfde plek een stenen grondzeiler 'Cnuddes molen', die in 1851 afbrandde.
Het terrein maakt deel uit van een heuvelkam tussen Schelde- en Leievallei. De nabijgelegen standaardmolens van Wannegem en Mater zijn zichtbaar en bieden weidse landschapsperspectieven. Op 75 m van de molen staat de molenaarswoning. De molen werd als hoogmolen beschermd in 1944, het molenlandschap sinds 1980. Nu is deze staakmolen met open teerlingen een goedgelegen en maalvaardige molen die geregeld in bedrijf is en sedert 1978 tevens ook centrum vormt van de molenaarscursus. | |