|
Om van een artistiek lesaanbod te kunnen genieten buiten de school op het vlak van beeldende kunst, muziek of woord moesten kinderen tot voor kort uitwijken naar Oudenaarde of Deinze. Sinds het vorige schooljaar 2003-2004 kunnen kinderen hiervoor ook in Zingem terecht.
Filialen
Het gemeentebestuur besloot in het voorjaar van 2003 een aanvraag in te dienen bij de Afdeling Deeltijds Kunstonderwijs van de Vlaamse Gemeenschap om filialen op te richten van de Stedelijke Academie voor Muziek en Woord Oudenaarde en van de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Oudenaarde. Deze aanvraag werd positief bevonden door de minister.
Filosofie
Het belang van de artistieke opvoeding voor de ontwikkeling van elk individu staat centraal in de pedagogische aanpak. In de groei naar volwassenheid is het onder andere in het deeltijds kunstonderwijs dat meerdere opvoedingsaspecten bij uitstek aan bod komen.
Het ontwikkelen van het verstandelijke, de sociale vaardigheden, de motoriek, het gevoel voor esthetiek en het ontwikkelen van inventiviteit en creativiteit zijn daar de belangrijkste onderdelen van.
Het eerste jaar
In september 2003 werd van start gegaan met een muziekklas, een klas woord en een klas beeldende kunst.
Om als filiaal erkend te worden moet de programmatienorm worden gehaald van 20 leerlingen voor een muziekklas, 8 leerlingen voor een klas woord en 20 leerlingen van het 1e leerjaar voor een klas beeldende kunst.
Het eerste jaar van de oprichting vallen de leerkrachten ten laste van de gemeente. De gemeente moet ook, niet alleen het eerste jaar maar blijvend, instaan voor klaslokalen, verwarming, electriciteit en materiaal.
Bij de definitieve telling van de leerlingen in januari 2004 bleek dat de muziekklas en de klas woord voldeden aan de programmatienorm en dus voor subsidiëring in aanmerking kwamen voor het volgende schooljaar.
De klas beeldende kunst telde 20 deelnemers maar slechts 11 zaten in het 1e leerjaar wat betekende dat we niet voldeden om een filiaal in oprichting genoemd te worden en dus het volgende schooljaar van subsidies te genieten.
Cirque Zingarese
Het eerste schooljaar werd afgesloten op zondag 27 juni 2004 met een gezamenlijk toonmoment onder de noemer "Cirque Zingarese". Dit vond plaats in en rond het Zingems gemeentehuis en kon op heel wat enthousiaste belangstelling rekenen. In de hal galmde het van de kinderstemmetjes toen de muziekklas haar nummertjes mocht opvoeren. Het was dringen om een plaatsje te bemachtigen. De leerlingen van de klas woord waren voor de gelegenheid omgetoverd in acrobaten, goochelaars, koorddanseressen en clowns. Ondertussen was in de tuin het circusdorp te bezichtigen van de klas beeldende kunst, die ook de benedenverdieping gebruikte om hun werk te tonen.
Het tweede jaar
Aangezien de klas beeldende kunst niet voor subsidie in aanmerking komt, was deze gedoemd te verdwijnen. Na overleg met verschillende actoren was de conclusie dat dit een spijtige evolutie zou betekenen. Het eerste jaar was immers een bewijs dat een kinderatelier beeldende kunst met 20 leerlingen van 6 tot 12 jaar heus wel een toekomst heeft.
Daarom besloot de Gemeenteraad in zitting van 1 juli 2004 een gemeentelijk kinderatelier op te richten. De kwaliteit moet gegarandeerd worden door een leerkracht uit het kunston-derwijs het atelier te laten leiden en zo de band met de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst Oudenaarde levend te houden.
| |